Sep6, 2011:
Iemand stuurde me net een link naar een interview dat ik 5 jaren geleden gaf (2006 …). Hieronder een extract, dat blijkbaar nog online staat. Reden dat men mij dit doorstuurde, is de bewering dat kranten stilaan magazines zullen worden. Vandaag zijn we daar dichterbij dan ooit in Vlaanderen, met DeStandaard & DeMorgen met hun nieuwe magazines?

Moeten Magazines dan kranten worden?‘, was de nieuwe vraag van haar. Not sure. Online berichtgeving gecombineerd met sociale media als twitter en facebook zijn de nieuwe kranten.

Waarom niet een andere richting opgaan. Magazines kunnen perfect de ‘nieuwe TV zenders’ aanvullen. Waarom zou HUMO bijvoorbeeld niet een ‘Humo Cultuurnieuws’ toevoegen aan het VT4 journaal ? Of Focus Knack bij het VTM nieuws ? Nu dat HUMO op zoek moet naar een nieuwe Chief, zou ik hem eerder uit de TV dan de Krantenwereld halen. Een strateeg, met sterke voeling voor digitale media en veranderde doelgroepen.

Anyway. In de komende maanden zal de mediawereld vrij veel verandering ondergaan. Eindelijk. Zal iedereen ten goede komen.

bart

Deze passage komt uit ‘Getuigenissen omtrent 20 jaar Leiderschap‘, het boek van Dominique Dewitte (Express.be) & Alain Renier (Top Management), gepubliceerd in 2006. Bart Becks is CEO van Belgacom Skynet, CEO van Extenseo en lid van het IAB (Vice President) en IAB Europe (Member of the Strategic Counsel)

De ganse mediawereld is ondertussen totaal op zijn kop gezet. Kranten worden magazines omdat internet de rol van de instant media heeft overgenomen. Mensen willen instant information. Online nieuws is nú actueel, niet morgen als de krant gedrukt is. Dus brengen kranten achtergrondinformatie en concurreren ze met hun eigen magazines. De hoofdredacteur van The New York Times stapte onlangs over naar Yahoo! omdat de audience voor nieuws verschoven is naar de online mediaportalen. De manier waarop de media de afgelopen decennia heeft gewerkt wordt totaal overhoop gehaald.

Als ik een hotel wil boeken ga ik naar een website waar duizenden mensen hun mening geven over verschillende hotels. Test-Aankoop is dus niet meer de meest betrouwbare bron, omdat het een bedrijf is dat zijn mening geeft. Het heeft natuurlijk wel wat waarde, maar natuurlijk veel minder dan het forum of duizenden personen die hun persoonlijke ervaring meegeven via het internet. Als ik in Londen ben geweest en de aanbevelingen die ik via het web kreeg over mijn hotel ginds correct waren, ga ik datzelfde forum consulteren wanneer ik straks naar Munchen moet. Tripadvisor.com is op korte termijn een bron voor hotelcontrole geworden. Het volstaat om in te geven welk hotel je wil en met welke kwalificaties. En je ziet wat duizenden anderen ervan vinden en op welke criteria ze sterk scoren. Fantastisch toch.

Everything bad is good for you is een boek dat handelt over het impact van onder meer de gaming-industrie op jongeren. De heersende gedachte is dat populaire cultuur ons afstompt en dom maakt. Tot nu toe werd vooral gewezen op de oog-hand-coordinatie die door het spelen van games wordt bevorderd, maar de schrijver Steven Johnson betoogt dat ook andere hersenactiviteiten worden gestimuleerd door het spelen van computerspellen. Hij vindt het bewijs voor zijn stelling bij de stijging van de IQ-scores in de Verenigde Staten. In de laatste vijftig jaar zijn die alleen maar gestegen. Je merkt dat ook bij Skynet, onze gaming-mensen zijn zeer sterk in scenario-ontwikkeling, een steeds belangrijkere skill voor managers.

De volgende clash wordt de marketingclash. Er is een shift bezig van de traditionele media zoals kranten, radio en tv, naar de nieuwe media zoals iPod, digitale tv en gsm. De jongeren begrijpen die nieuwe media. Jonge mensen die hier binnenkomen zijn vaak onwaarschijnlijke talenten met een kennis van de markt die totaal onwaarschijnlijk is voor 25, 26-jarigen. Ik vraag me dan af: ‘Waar zullen die staan binnen 10 jaar?’ Maar tegelijkertijd is het ook tijd voor de 40-plussers om zich bij te scholen, of ze worden zonder pardoes voorbijgestoken. Mensen veranderen niet graag. En marketingmensen nog veel minder, hoewel er gelukkig een nieuwe generatie is opgestaan die efficiëntie en creativiteit combineren.

De old fashion way waarin sommige bedrijven nog steeds opereren ontbeert ook een bepaalde zingeving. ‘Je mag hier werken van 9 tot 4 en dan geef ik je wat geld om daarna gelukkig te zijn’. Zo functioneert het niet meer. Mensen moeten op hun werk een bepaalde zingeving vinden, een deel van het geluk. Wie zijn talenten binnen wil houden zal een zinvolle bedrijfscultuur moeten ontwikkelen, zelfs als de zingeving voor elke persoon verschillend is. Dat is een deel van de sleutel tot de ontzuring. Mensen zich goed laten voelen op de werkplek door respect, erkenning en vriendschap…

We hebben dus ook nood aan een ander soort leiders. Om bedrijven te leiden zullen er altijd mensen zijn, maar om de basis te leggen voor de nodige ontwikkelingen naar de toekomst toe, of je nu over industrieën, landen of regio’s praat, daar zullen sterke mensen voor moeten opstaan. Leiders die een combinatie van ervaring, communicatiekracht en inventiviteit weten te ontplooien en die het klassieke bedrijfsdenken van vandaag overstijgen.